Bij degenen die ik ontmoet dankzij Harttaal ontbreekt het zelden aan ideeën. Sommigen verlangen naar het schrijven van een boek of een column. Anderen willen vooral hun leven onderzoeken, hun zelfkennis vergroten. En weer anderen zouden dolgraag een boek schrijven, maar die wens hardop opperen is eng.

Eén van mijn lievelingsboeken over schrijven is Bird by bird van de Amerikaanse auteur Anne Lamott. Wat zij zegt, waar ik zelf door schade en schande achter ben gekomen en wat ik tijdens de Harttaalworkshops vaak herhaal: je moet gaan zitten en het doen. Liefst iedere dag.

In die zin verschilt schrijven niet van andere vaardigheden die je graag wil ontwikkelen. Je kunt nog zo vaak naar een yogavideo kijken, maar als je niet probeert om van jezelf een rond eitje te maken, zoals mijn yogadocent vaak zegt, zul je nooit weten wat het je brengt.

Zo eenvoudig als het klinkt, zo lastig kan het uitvoeren van het ‘gewoon gaan zitten’ advies zijn. Het vraagt om discipline, de bereidheid naar binnen te keren en naar jezelf te luisteren. Hoe doe je dat op een doordeweekse dag starend naar het lege vel voor je of het witte scherm van je laptop?

Plotseling hoor je jezelf denken: ‘wat als mijn moeder dit leest?’ of ‘misschien moet ik eerst die drie boeken nog eens bestuderen waar die en die het over had’ of ‘begin er niet aan, het wordt toch niks’. Degene in ons die de boel tegenhoudt is vaak een oude bekende. Je moet hem of haar eerst herkennen om vervolgens toch door te gaan.

Wat helpt zijn rituelen die houvast geven. Je haalt een paar keer diep adem. Je steekt een kaars aan. Je weet dat het niet perfect hoeft te zijn. Het is maar een begin. Niemand hoeft het te lezen. Je pakt die pen en schrijft.